Dunkler Lichtglanz, Shining Night

Duitse romantiek en modern Amerikaans

Programma

  • Samuel Barber (1910-1981): Sure on this shining night (+piano)
  • Max Reger (1873-1916): Morgengesang
  • J.G. Rheinberger: Abendlied (Op. 69, No. 3 uit Drei Geistliche Gesänge)
  • Morton Lauridsen (1943): Sa nuit d’été (No. 1 uit Nocturnes) (+piano)
  • Morton Lauridsen: Sure on this shining night  (No. 3  uit Nocturnes) (+piano)
  • Morton Lauridsen: Voici le soir (No. 4 uit Nocturnes) (+piano)

Solo piano:
Chopin: Nocturne opus postuum 72 nr. 1; Chopin: Nocturne opus 9 nr. 2; Albéniz: Suite Iberia deel 1 Evócacion

  • Eric Whitacre (1970): Lux Aurumque
  • Dan Forrest (1978): Good Night, Dear Heart

Pauze

  • Franz Schubert (1797-1828): An die Sonne (+piano)

Solo piano:
Beethoven: Sonate opus 27 nr. 2 "Quasi una fantasia" (Mondscheinsonate).

  • Eric Whitacre: Nox Aurumque
  • Max Reger: Nachtlied (Op.138, No.3 uit Acht Geistliche Gesänge)
  • J.G. Rheinberger (1839-1901): Morgenlied (Op. 69, No. 1 uit Drei Geistliche Gesänge)
  • F. Mendelssohn-Barholdy (1809-1847): Lerchengesang (Op. 48, No.4)
  • Robert Schumann (1810-1856): Dunkler Lichtglanz (+piano)


Toelichting op het programma

Het programma
Licht en donker is een oer-paradox, inherent aan het leven zelf en al eeuwenlang een bron van inspiratie voor wetenschap, religie, filosofie en kunst. Dichters en in hun voetsporen componisten hebben zich bepaald niet onbetuigd gelaten in het gebruik van dit thema. In ons concert beperken wij ons tot muziek van Duitse componisten uit de romantiek en Amerikaanse uit deze en vorige eeuw. Van hen hoort u de verklanking van een waaier aan religieuze en wereldse associaties. Associaties die echter niet altijd eenduidig zijn. Vanzelfsprekend wordt de nacht verbonden met de dood en het afscheid (Good night, dear heart van Forrest), met angst en oorlog (Nox aurumque van Whitacre). Maar de nacht is niet alleen duister. Vooral door het licht van maan en sterren is de nacht ook het domein van liefde en troost (Nocturnes van Lauridsen, Sure on this shining night van Barber) en de overgave aan God (Nachtlied van Reger).
Het licht roept minder tweeslachtige gevoelens op. Bron van het licht en alle leven is natuurlijk de zon (An die Sonne van Schubert en Lerchengesang van Mendelssohn). Bij het aanbreken van de dag wordt natuur en schepping geprezen (Morgenlied van Rheinberger). Christus, en in het bijzonder zijn geboorte wordt gezien als Licht van het leven (Morgengesang van Reger, Lux aurumque van Whitacre).
En steeds keert de liefde terug! In de liefde is er misschien wel nooit licht zonder schaduw. Zij is vol paradoxen zoals in Dunkler Lichtglanz van Schumann: “Süße Galle, holde Pein, (…) Das kannst, Liebe, du nur sein.

De pianomuziek van vanmiddag zal u, door het ontbreken van tekst, natuurlijk minder sturen in uw gedachten, ook al kunt u waarschijnlijk de Nocturnes van Chopin prima koppelen aan de sfeer van de nacht. Bij het impressionistische Evocación uit Iberia van Albéniz zijn de opgeroepen beelden wellicht minder concreet. Bij de Mondscheinsonate bent u in weerwil van de titel zelfs geheel ‘vrij’ in uw associaties want, zoals u misschien weet, is die illustere bijnaam niet door Beethoven zelf bedacht. De muziek is er niet minder om...

De muziek

Duitse romantiek
Max Reger(1873-1916) was een diepgelovige katholiek uit Zuid-Duitsland. Hijstond sterk onder invloed van Beethoven, Schumann en Brahms, maar in het bijzonder werd hij geïnspireerd door Bach, voor de uitgave en verbreiding van wiens werk hij zich sterk heeft ingezet. Hij componeerde stukken in vrijwel alle genres en vooral veel orgelwerken.
De Acht geistliche Gesänge op.138 behoren tot zijn late werken. De drukproef van de bundel trof men opengeslagen op zijn sterfbed aan. De koorliederen doen in hun homofone akkoordstructuur sterk denken aan de koraalzettingen van Bach. De harmonische rijkdom daarin wordt in de muziek van Reger verder geëxpandeerd, maar hij hield zich verre van de atonale neigingen van zijn tijdgenoten. Ook het vijfstemmige Nachtlied heeft een eenvoudige koraalstructuur. In de harmoniek grijpt Reger terug naar vroeger tijden: opvallend is het veelvuldig optreden van modale harmonische opeenvolgingen zoals die in de renaissance gebruikelijk waren. De gedeelde baspartij geeft een ietwat donker karakter aan het innige gebed om bescherming op teksten van de Duitse theoloog Petrus Herbert (1535-1571). Het Morgengesangdaarentegen is veel levendiger en onregelmatig van opzet. Reger baseert deze op de zinsbouw van het gedicht en ziet daarmee af van de conventionele muzikale symmetrie. Dynamisch zoekt hij de uitersten op en de melodieën verlopen vaak chromatisch (met halve toonschreden) en zijn zeer beweeglijk.

Ook Josef Rheinberger (1839-1901) liet decompositorische vernieuwing (denk aan Liszt en Wagner) een beetje aan zich voorbijgaan. In zijn composities klinkt vooral de sterke band met het verleden door. Zijn muzikale talentwerd al snel ontdekt: vanaf zijn zevend was hij organist in de parochiekerk in zijn geboorteplaats Vaduz in Liechtenstein en een jaar later componeerde hij zijn eerste mis. Een carrière in de muziek lag voor de hand. Hij ging naar het conservatorium in München waar hij les kreeg van o.a. Franz Lachner, een goede vriend van Schubert, en werd daar later ook benoemd als docent. Hij bleef zijn hele leven in München werkzaam als organist, dirigent, muziekpedagoog en muziektheoreticus. Rheinberger was een productief componist en hij liet meer dan tweehonderd werken na in alle muzikale genres: opera’s, oratoria, kamermuziek, missen, een requiem, symfonieën, motetten. Zijn composities voor orgel zijn zeer bekend en behoren naast die van Reger tot de belangwekkendste van zijn tijd. Zijn Abendlied (soms – naar de eerste woorden – Bleib bei unsgenoemd) verwijst in zijn zesstemmige polyfone opzet naar het verleden, namelijk naar de motet-stijl uit de renaissance. Rheinberger schreef het stuk al op zestienjarige leeftijd, later paste hij het ingrijpend aan. De tekst is gebaseerd op het evangelie volgens Lucas, waarin beschreven wordt dat, na de kruisiging en graflegging van Jezus, twee van zijn discipelen van Jeruzalem op weg gaan naar het naburige plaatsje Emmaüs. Onderweg sluit zich een vreemdeling bij hen aan die met hen over de Heilige Schrift spreekt. Zij nodigen hem uit voor het avondmaal in een herberg met de woorden ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde’. Pas bij de maaltijd krijgen ze door wie de vreemdeling eigenlijk is wanneer hij dezelfde gebaren maakt die Christus maakte tijdens het laatste avondmaal. Het eveneens zesstemmige Morgenlied is met zijn lyrische melodieën een levenslustig stuk met een positieve gevoelswaarde. Vooral harmonisch geeft hij met gewaagde veranderingen van toonsoort uitdrukking aan de tekst.(“singt nur die Nachtigall” en“der über’m land und über’m Meer die Hand des Segens”). Wanneer je het Abendlied als motet betitelt dan zou je met recht het Morgenlied een madrigaal uit de romantiek kunnen noemen.

In de romantiek mag de rechtstreekse tekstuitbeelding dan wat op de achtergrond geraakt zijn ten faveure van een algemene sfeertekening, in Lerchengesang van Felix Mendelssohn (1809-1847) is het zomerse kwinkeleren van de leeuwerik toch onmiskenbaar hoorbaar. Een eerbetoon aan zomer en zon in en dat in dubbelcanon! Een ode aan de zon is ook het gedicht An die Sonne,maar het is meer dan dat. Uit de tekst spreekt ontzag voor de Schepper en de schoonheid van zijn schepping. Het overweldigende van de natuur roept bij de dichter echter meteen het besef op van de nietigheid en sterfelijkheid van de mens in het algemeen en die van zichzelf in het bijzonder. Het is fraai hoe Franz Schubert (1797-1828) die omslag met een snelle modulatie naar ver verwijderde toonsoorten onderstreept. (“der Vögel (…) verschmachtend Laub”).An die Sonneis een goede illustratie van de geestesgesteldheid in de romantiek, met zijn sterke aandacht voor de eigen gevoelswereld en verbeeldingskracht van de kunstenaar. Vaak zijn die gevoelens sterk contrasterend: liefde naast afkeer, vreugde naast verdriet, rust naast onrust … licht naast donker. Goethe verwoordde dit treffend in zijn beroemde woorden “Himmelhoch jauchzend und zum Tode betrübt”.

Nergens in het leven echter worstelt de mens meer met tegenstrijdige gevoelens dan in de liefde. De paradoxen worden in Dunkler Lichtglanz scherp aangezet. Het gedicht is een vertaling uit de 19e eeuw door Emanuel von Geibel van een oude Spaanse tekst Vista ciega, luz oscura. Schumann (1810-1856) componeerde op deze tekst een vocaal kwartet en nam het op als slotstuk in de Spanische Liebeslieder op. posth. 138, een bundel met verder sololiederen en duetten. Hij gaf daarmee de solisten bij een integrale uitvoering de gelegenheid het werk gezamenlijk af te sluiten. De pianobegeleiding heeft een vrijwel voortdurende ‘onrustig’ doorgaande beweging en het stuk begint ook enigszins onheilspellend in mineur. Maar samen met het majeur in het tweede deel lijkt ook de berusting te komen dat het nou eenmaal zo gaat in de liefde. Het is niet onwaarschijnlijk dat zowel Dunkler Lichtglanz als An die Sonne voor het eerst geklonken hebben in huislijke kring. In de late achttiende en in de negentiende eeuw waren bij de gegoede burgerij in Duitsland salonavonden met een huisconcertachtig karakter buitengewoon populair. Er werd uitbundig gemusiceerd en poëzie voorgedragen en soms ook gedanst en gefeest. De avonden van Franz Schubert en zijn vriendenkring van collega-componisten en -musici kregen veel navolging en werden wereldberoemd onder de naam Schubertiade.

Modern Amerikaans
Dat Samuel Barber (1910/1981) componist zou worden was meteen duidelijk: op tienjarige leeftijd schreef hij al een kleine opera die hij samen met zijn zus Sara zingend en spelend uitvoerde. Hij behoorde niet tot de muzikale avant-garde zoals zijn oudere landgenoot Charles Ives of in Europa Arnold Schönberg en Alban Berg. Zijn stijl kun je eerder beschouwen als post-romantisch. Hij schreef muziek voor orkest, opera en piano en werd wereldberoemd met zijn Adagio for Strings, maar de grote constante in zijn oeuvre was toch de vocale muziek. Sure on this shining night is een ingenieuze polyfone koorbewerking door de componist zelf van een van zijn bekendste liederen. De dichter James Agee beschrijft hoe bij hem alle pijn en zorg wegvalt terwijl hij op een zomernacht kijkt naar de sterrenhemel.

Bij de hedendaagse generatie Amerikaanse koorcomponisten nemen Morten Lauridsen (geb. 1943) en Eric Whitacre (geb. 1970) een prominente plaats in. Zij zijn ongekend populair bij koren en hun publiek. Lauridsen (1943) kreeg de National Medal of Arts in 2007 vanwege “zijn stralende koorwerken waarin muzikale kracht, schoonheid en spirituele verdieping samengaan”. Whitacre (1970) won in de VS diverse prijzen en maakt internationaal carrière met opdrachten voor koor- en symfonische muziek voor o.a. het London Symphony Orchestra and Chorus, The Tallis Scholars en het Berlin Rundfunkchor. Vaak wordt de stijl van beide componisten gelabeld als zogenaamde ‘spirituele muziek’, een begrip met een wat negatieve bijklank. Zeker is wel dat zij erin slagen muziek te schrijven die een directe werking heeft op het gemoed. In de woorden van Whitacre:”My whole goal when I’m writing music is to communicate with people.”
Ze delen een grote liefde voor poëzie. “My passion second to music, is poetry”, aldus Lauridsen. Whitacre op zijn beurt werkt veelvuldig en nauw samen met dichter en vriend Charles Anthony Silvestri. Hij vertaalde Lux Arumque in het Latijn en schreef als companion piece het duistere gedicht Nox Aurumque. Voor een deel op al door Whitacre bedacht muzikaal materiaal en gebaseerd op duidelijke sfeerbeelden van Whitacre. Voor beide componisten is koormuziek de kern van hun werk. Zij schrijven muziek die goed zingbaar is. Tijdens het componeren zingt Lauridsen iedere lijn om zich ervan te verzekeren dat “each part is lyrical and gracious for the singer”. Zijn liefde voor de vocaliteit van renaissancemuziek zal hier niet vreemd aan zijn. Van zijn cyclus van vier nocturnes zingen wij er drie. De eerste en de laatste zijn ingehouden sensuele composities op gedichten van Rainer Maria Rilke, en het derde stuk is een musicalachtige zetting van het gedicht van James Agee Sure on this shining night (zie ook Barber). Whitacre maakt het met name in Nox Aurumque de koorzanger wél lastig met complexe stemvoeringen en een grote omvang van de stemmen. Het werk heeft veel weg van een apocalyptisch visioen en eindigt onbestemd met de vermenging van een majeur en mineur akkoord, een stijlkenmerk van Whitacre’s muziek waarvan ook Lauridsen zich bedient. Beide componisten werken bovendien vaak met akkoordvreemde tonen terwijl de latente harmonie relatief eenvoudig is; een procedé dat in de jazz heel gebruikelijk is.

De jonge Amerikaanse componist Dan Forrest (1978) schreef de elegie Good night dear heartnaar aanleiding van de dood van een vier maanden oud Ethiopisch meisje dat zijn broer en schoonzus zouden adopteren. De tekst vond de componist op het kerkhof in zijn woonplaats, waar de beroemde Amerikaanse auteur Mark Twain het op de grafsteen van zijn op 24-jarige leeftijd overleden dochter had laten zetten. Forrests muziek wordt alom geprezen voor zijn “superb choral writing (…) full of spine-tingling moments”. Good night dear heartis in ieder geval een teder juweel, een troostend lichtpuntje bij een donkere gebeurtenis.

Frans van de Loo

Datum
Locatie
Kerk Schaarsbergen, Kemperbergerweg 806